dinsdag 16 juni 2015

Transmontane


’s Nachts steekt de Transmontane op, een consistente hevige wind typisch voor de Pyreneeën en vergelijkbaar met de mistral uit de Rhône-vallei. Gelukkig voor mij waait hij de goede kant op – van de bergen naar de zee – en zal hij me in de rug voortstuwen.

Vanuit Duilhac gaat het in dalende lijn tot Cucugnan, bekend geraakt door het verhaal van de pastoor die door Alphonse Daudet beschreven wordt in “Les lettres de mon moulin”, indertijd nog verplichte schoollectuur… Ik laat de pastoor slapen want verderop doemt het kasteel van Queribus op, adelaar op een smalle rotspunt 728m hoog. Even is er twijfel of ik die 300m steile helling nog bij ga nemen, aangezien de route vandaag al behoorlijk lang is. Maar het vooruitzicht op een bezoek aan het laatste bolwerk der Katharen haalt me overstag. Men had me gewaarschuwd, het IS een steile klim, over griezelkiezel paadjes, diep uitgesneden door de voorbije regens. Maar boven wacht een mooie beloning: de Pyreneeën rechts in volle glorie en oostelijk in de verte de zilveren schittering van de Middellandse Zee. Ongelooflijk dat 80 km ons hier nog scheidt.
Wat rest is een bloedhete tocht langs het rotsmassief voorbij Padern en de wijnvelden die de vallei rond Tuchan versieren. 8 uur stappen vandaag, nog 2 dagen met zo’n 29 km elk, de koelende wouden van rond Roquefixade en Montsegur hebben plaatsgemaakt voor middelhoog struikgewas en grassen, beschutting quasi nihil. Ik zal blij zijn mijn voeten in de zee te baden. Het kamertje dat ik vanavond betrek in de gîte Saint Roch, 2 km buiten Tuchan, begint trouwens behoorlijk vermuft te ruiken door al de bezwete kledij, desondanks dagelijkse spoelbeurten. Is het daarom dat de schotse stappers eergisteren me met aandrang vroegen naar een wasserette in elk dorp of stadje dat ik gepasseerd was op de Katharenroute ?







 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen